ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Stam
- A.A.H. Schifferstein
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 2002 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80 tot 100% vanwege een persoonlijkheidsstoornis. Het UWV herbeoordeelde zijn situatie en stelde vast dat appellant per 1 januari 2007 minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waarna de WAO-uitkering werd ingetrokken. Appellant voerde aan dat het UWV ten onrechte een tweede keuring heeft uitgevoerd en dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn klachten en beperkingen, waaronder psychische klachten en fysieke aandoeningen.
De Raad stelde vast dat het UWV bevoegd was om appellant opnieuw te beoordelen en dat deze herbeoordeling zorgvuldig en met voldoende medische onderbouwing is uitgevoerd. Diverse verzekeringsartsen en een gezondheidspsycholoog concludeerden dat een medische urenbeperking niet geïndiceerd was en dat appellant duurzaam arbeidsmogelijkheden had. De Raad verwierp het verweer van appellant dat het UWV in strijd met het verbod van reformatio in peius heeft gehandeld.
De beschikbare medische gegevens boden voldoende inzicht in de gezondheidstoestand van appellant. De Raad vond geen aanleiding voor een nieuw medisch onderzoek en achtte de functionele mogelijkhedenlijst waarop het besluit was gebaseerd correct. Het verlies aan verdiencapaciteit werd vastgesteld op 5,7%, wat een intrekking van de uitkering rechtvaardigde. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 1 januari 2007 wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.