ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2539
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidspercentage en vergoeding overschrijding redelijke termijn
Appellant voerde bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn arbeidsongeschiktheidspercentage per 1 januari 2001 vast te stellen op 25-35%. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf het UWV opdracht opnieuw te beslissen met een andere referteperiode voor het maatmaninkomen. Het UWV stelde vervolgens het percentage bij naar 35-45%, wat appellant deels betwistte.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het nieuwe besluit van het UWV, waarbij het maatmaninkomen werd berekend op basis van een representatieve referteperiode en niet slechts de laatste drie maanden voor uitval, omdat die te kort was en onvoldoende representatief. De Raad oordeelde dat de winstgegevens van 1 januari 1985 tot 11 juni 1986 een betere afspiegeling vormen.
Daarnaast erkende de Raad dat sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn door het UWV bij de bezwaarprocedure, waarvoor het UWV werd veroordeeld tot een schadevergoeding van € 500,- en betaling van proceskosten van € 644,- aan appellant. Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd daarmee deels gehonoreerd.
De Raad bevestigde dat de rechtsgevolgen van het besluit van 15 november 2007 in stand blijven en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage correct is vastgesteld op 35-45%.
Uitkomst: Het arbeidsongeschiktheidspercentage is vastgesteld op 35-45% en het UWV is veroordeeld tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.