ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant kreeg zijn WAZ-uitkering ingetrokken per 22 augustus 2004, omdat het UWV oordeelde dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 25% was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de medische gegevens verouderd waren en dat hij vrijwel niet kon werken.
De Raad benoemde een onafhankelijke KNO-arts die concludeerde dat appellant leed aan vestibulaire areflexie beiderzijds, met beperkingen die niet juist waren meegenomen in het UWV-besluit. De Raad volgde deze deskundige en oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) geen volledig beeld gaf van de belastbaarheid van appellant.
Een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige stelden de FML en functieduiding bij, waardoor functies binnen zeer bewegingsarme beroepen passend werden geacht. De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende medische grondslag, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand conform artikel 8:72 Awb Pro.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. Er was geen aanleiding voor schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 juli 2009.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.