ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herziening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, die haar werkzaamheden in 1981 moest staken vanwege lage rugklachten, kreeg sindsdien een WAO-uitkering toegekend. In 1996 werd bij medische herbeoordeling de diagnose Familiaire Mediterrane Koorts (FMF) gesteld, met een wisselend beloop. Appellante werd toen geacht licht, zittend en afwisselend werk te kunnen verrichten, zonder psychische beperkingen.
Na een verzoek in 1999 tot herziening van de uitkering wegens vermeende toename van beperkingen, beoordeelde het UWV dit verzoek negatief. Diverse medische rapportages, waaronder van een reumatoloog en verzekeringsartsen, toonden geen toename van beperkingen aan. Angstklachten gerelateerd aan FMF werden erkend, maar leidden niet tot psychische beperkingen die de arbeidsongeschiktheid zouden vergroten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen medisch bewijs geleverd dat een verslechtering van de gezondheidstoestand of afname van belastbaarheid aantoont. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijft van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.