ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit WGA-uitkering met juiste medische grondslag en passende functies
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij recht heeft op een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 80%. Hij stelde zich primair op het standpunt volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn en daarmee recht te hebben op een IVA-uitkering. Subsidiair voerde hij aan dat hij zich meer beperkt acht dan vastgesteld en niet in staat is om de voorgestelde functies uit te oefenen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische onderbouwing van het besluit van 2 juli 2007 voldoende is. Appellant bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens aan die twijfel konden zaaien over de vastgestelde beperkingen.
De Raad zag geen aanleiding voor nader medisch onderzoek, zoals het inschakelen van een orthopedisch chirurg. De functies waarop de beoordeling is gebaseerd, werden als passend aangemerkt. De bezwaararbeidskundige had voldoende toelichting gegeven op de passendheid van de geselecteerde functies. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant recht heeft op een WGA-uitkering en wijst het hoger beroep af.