ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Betrokkene was sinds 1998 arbeidsongeschikt en ontving aanvankelijk een WAO-uitkering. In 2006 meldde hij zich ziek wegens klachten die later werden toegeschreven aan een nekhernia. Vervolgens werd hem een Ziektewet-uitkering toegekend, die in 2007 werd beëindigd omdat hij niet langer ongeschikt was voor zijn arbeid.
De rechtbank had het besluit tot beëindiging van het ziekengeld vernietigd, stellende dat het medische onderzoek onvoldoende was, met name omdat spanningsklachten en informatie van behandelende artsen onvoldoende waren betrokken. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig te werk was gegaan, onder meer door overleg met de huisarts, neuroloog en laboratorium, en dat de medische beoordeling in overeenstemming was met de geldende richtlijnen, waaronder die voor Lyme-borreliose. De brief van een arts die na het besluit was geschreven, kon niet worden betrokken.
Hierdoor werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad bevestigde daarmee de beëindiging van het recht op ziekengeld.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld blijft in stand.