ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2777

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6001 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep AWB

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht. Appellante heeft hiertegen verzet aangetekend en aangevoerd dat zij twee keer eerder heeft geprobeerd het griffierecht via haar bank over te maken, maar dat dit niet lukte. Pas op 29 december 2008 is de betaling gelukt.

De Raad heeft geoordeeld dat deze verklaring onvoldoende is om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het griffierecht was niet binnen de gestelde termijn van vier weken na de brief van 24 november 2008 bijgeschreven op de rekening van de Raad of ter griffie gestort. Hierdoor is appellante in verzuim geweest.

Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard. Het te laat betaalde griffierecht van €107,- zal aan appellante worden terugbetaald. Er worden geen kosten aan appellante opgelegd voor het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 juli 2009.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

08/6001 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko, (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 september 2007, 05/5639 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 9 maart 2009 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 9 maart 2009 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 23 juni 2009, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 9 maart 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij brief van 24 november 2008 nader gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heet appellante aangevoerd dat zij twee keer eerder heeft geprobeerd het griffierecht via haar bank over te maken, maar dat dit toen niet is gelukt. Pas later, namelijk op 29 december 2008, is het wel gelukt.
De Raad ziet hierin geen grond om te komen tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Het - te laat - betaalde griffierecht (€ 107,--) zal door de griffier van de Raad aan appellante worden terugbetaald.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) P.A.M. Hulsdouw.
DW