ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2782

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6753 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:6 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdig indienen gronden

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het hogerberoepschrift niet de gronden van het hoger beroep bevatte en dit verzuim niet binnen de gestelde termijn was hersteld.

Appellant voerde in verzet aan dat de gronden tijdig waren ingediend, omdat de brief op 2 februari 2009 was verzonden. De Raad stelde echter vast dat de brief pas op 5 februari 2009 was ontvangen en dat er geen bewijs was van tijdige verzending, mede doordat de post niet was afgestempeld vanwege de wijze van betaling van de portokosten.

Volgens vaste jurisprudentie komt het risico van een dergelijke verzending voor rekening van de verzender. De Raad oordeelde dat het niet-ontvankelijk verklaren van het hoger beroep daarom terecht was en verklaarde het verzet ongegrond. Er zijn geen aanwijzingen voor kostenveroordeling aan betrokkene.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

08/6753 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 oktober 2008, 08/1513 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 4 maart 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 4 maart 2009 heeft appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2009, waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 4 maart 2009 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet de gronden van het hoger beroep bevat, en dat appellant dit verzuim niet binnen de hem daartoe gestelde termijn heeft hersteld..
Vaststaat dat 3 februari 2009 de laatste dag was waarop tijdig de gronden van het hoger beroep konden worden ingediend en dat de brief - gedateerd 2 februari 2009 - waarmee appellant de gronden heeft ingediend, op 5 februari 2009 bij de Raad is ontvangen. Gelet op artikel 6:9, tweede lid, van de Awb - aan welke bepaling door de Raad ook toepassing wordt gegeven in het kader van artikel 6:6 van Pro de Awb - zouden de gronden niettemin tijdig zijn ingediend, indien de brief vóór het einde van de termijn ter post zou zijn bezorgd.
In verzet heeft appellant aangevoerd dat de brief op 2 februari 2009 is verzonden. Op de enveloppe waarin de brief is verzonden, ontbreekt echter een poststempel. Dat komt doordat appellant de betaling van port via TNT Post heeft geregeld, zodat de post niet meer wordt afgestempeld. Nu ook geen verzendregister voorhanden is, kan appellant niet aantonen dat de brief inderdaad op 2 februari 2009 is verzonden.
De Raad kan niet anders dan vaststellen dat appellant door vrijwel op de laatste dag van de gestelde - fatale - termijn voor deze wijze van verzending te kiezen, het risico heeft genomen dat zich thans heeft verwezenlijkt. Volgens vaste jurisprudentie komt dit voor rekening van de verzender.
Dit betekent dat de Raad bevoegd was het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Anders dan appellant heeft bepleit ziet de Raad geen gronden om van deze bevoegdheid geen gebruik te maken.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Van kosten van betrokkene waarop een veroordeling in de kosten van het verzet betrekking kan hebben, is de Raad niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) P.A.M. Hulsdouw.
DW