ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering ondanks latere toekenning en juiste Functionele Mogelijkhedenlijst
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, die door het UWV werd geweigerd omdat zij op 2 juni 2006 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank oordeelde dat de belastbaarheid zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was en dat het UWV voldoende had gemotiveerd waarom de geselecteerde functies geschikt waren voor appellante, ondanks enkele signaleringen in de functiebeoordelingen. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een motiveringsgebrek in de bezwaarfase, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep stelde appellante dat zij ook op 2 juni 2006 al ernstige psychische klachten had en dat de latere toekenning van de WIA-uitkering per 1 februari 2008 arbitrair was. De Raad concludeerde dat de verslechtering van de psychische situatie pas enkele maanden voor 15 mei 2008 was vastgesteld en dat het tijdsverloop te groot was om de beperkingen met terugwerkende kracht toe te passen op 2 juni 2006.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het hoger beroep niet kon slagen. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de belastbaarheid in de FML juist was en dat het UWV voldoende had gemotiveerd waarom de functies geschikt waren, ondanks eerdere signaleringen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering per 2 juni 2006 en wijst het hoger beroep af.