ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2809
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij afwijzing bijstand op grond van WWB wegens strijd met artikel 8 EVRM
Verzoeker, afkomstig uit Turkije en zonder rechtmatig verblijf volgens de Vreemdelingenwet 2000, diende een aanvraag om bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College wees deze af omdat verzoeker niet met een Nederlander kon worden gelijkgesteld. De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar verzoeker stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat verzoeker vanwege zijn lange psychiatrische voorgeschiedenis en de onhoudbare opvangsituatie in Omnizorg een acute noodsituatie kende. De weigering van bijstand zou de normale ontwikkeling van zijn privé- en gezinsleven onmogelijk maken en een aantasting vormen van de 'very essence' van artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op respect voor privé- en gezinsleven beschermt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat in de bodemprocedure artikel 16, tweede lid, van de WWB wegens strijd met artikel 8 EVRM Pro buiten toepassing zal worden gelaten. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij verzoeker vanaf 18 mei 2009 een voorschot van € 500 per maand ontvangt. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en beveelt het verstrekken van bijstand met een voorschot van € 500 per maand wegens acute noodsituatie en strijd met artikel 8 EVRM.