ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens overschrijding termijn intrekking toeslag
Appellant kreeg per 1 juli 2003 een toeslag ingetrokken door het UWV. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard. Appellant stelde dat hij tijdig beroep had ingesteld op 2 november 2003, maar het beroepschrift werd pas op 8 december 2003 door de gemachtigde ingediend en op 10 december 2003 ontvangen door de rechtbank, waardoor de wettelijke termijn van zes weken was overschreden.
Appellant voerde aan dat medische klachten, taalproblemen en vertraging in postbezorging de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. De Raad oordeelde echter dat het beroep niet tijdig was ingediend en dat de omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het handelen van het Turkse consulaat, dat het beroepschrift later doorstuurde, kwam voor rekening van appellant.
De Raad stelde vast dat appellant gedurende de bezwaarprocedure werd bijgestaan door een gemachtigde in Nederland, die op de hoogte was van het besluit en de beroepsclausule in het Turks was meegestuurd. Hierdoor beschikte appellant over voldoende mogelijkheden om tijdig beroep in te stellen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn zonder verschoonbare reden.