ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na beoordeling chronisch vermoeidheidssyndroom
Appellante, voormalig directiesecretaresse, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Na herbeoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd haar uitkering herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar tegen deze herziening werd ongegrond verklaard door het Uwv en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellante dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hadden gehouden met de beperkingen die voortvloeien uit CVS. Zij overhandigde aanvullende medische rapporten ter onderbouwing. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de belastbaarheid adequaat was vastgesteld en dat de bezwaarverzekeringsarts de beperkingen zorgvuldig had beoordeeld.
Echter, de bezwaarverzekeringsarts corrigeerde later de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) in maart 2009, waardoor het bestreden besluit pas in hoger beroep een adequate en toereikende grondslag kreeg. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan geheel in stand conform artikel 8:72, derde lid, Awb.
Daarnaast veroordeelde de Raad het Uwv tot betaling van de proceskosten van appellante en tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak bevestigt dat een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek essentieel is bij herbeoordeling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.