ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Juiste toepassing artikel 44 WAO bij wisselende arbeidsinkomsten en nabetaling
Betrokkene was sinds 1989 werkzaam als groepsleidster en viel in 1999 uit wegens visusklachten. Na een periode van gedeeltelijke arbeidstherapie werd haar WAO-uitkering aangepast op basis van een fictieve mate van arbeidsongeschiktheid. De arbeidsdeskundige stelde aanvankelijk een globale mate van 38,42% vast, later bijgesteld naar circa 29% met terugwerkende kracht.
Appellant paste artikel 44 van Pro de WAO toe, waarbij aanvankelijk een globale berekening werd gehanteerd. De Raad oordeelde dat gezien de wisselende inkomsten van betrokkene een maandelijkse berekening noodzakelijk was. Bij het besluit van 31 oktober 2007 werd deze methode toegepast, wat leidde tot een nabetaling van €227,65 aan de werkgever.
Betrokkene stelde dat de nabetaling aan haar zelf had moeten worden gedaan, maar de Raad vond dat de betaling aan de werkgever terecht was, omdat de werkgever de WAO-uitkering verrekende in het loon. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Middelburg en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de juiste toepassing van artikel 44 werd Pro bevestigd.
Uitkomst: De nabetaling op grond van artikel 44 WAO is terecht aan de werkgever gedaan na maandelijkse berekening van de arbeidsongeschiktheid.