ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-uitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding afgewezen
Betrokkene ontvangt sinds februari 2006 een AOW-pensioen als alleenstaande. Naar aanleiding van een anonieme tip over samenwoning met [naam C.B.] heeft de Sociale verzekeringsbank een onderzoek ingesteld en het pensioen herzien naar de norm van een gezamenlijke huishouding vanaf mei 2005.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en herzag het besluit. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad toetste of betrokkene meer dan de helft van de tijd bij [naam C.B.] verbleef, wat vereist is voor gezamenlijke huishouding volgens artikel 1 AOW Pro.
De Raad oordeelde dat betrokkene een minder vast verblijfspatroon had, ondersteund door tegenstrijdige verklaringen en bewijs van een eigen woning in [woonplaats] waar zij haar sociale leven voerde. Getuigenverklaringen en verbruiksgegevens waren onvoldoende om het hoofdverblijf bij [naam C.B.] aannemelijk te maken.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en het eerdere vonnis bevestigd. Appellant werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot herziening van de AOW-uitkering wordt vernietigd.