ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en boete wegens niet nakomen mededelingsplicht WAO-uitkering
Appellante ontving vanaf 18 juni 2002 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Later verrichtte zij werkzaamheden bij een werkgever die festivals organiseerde. Het UWV stelde vast dat appellante in diverse maanden inkomsten uit arbeid had genoten, terwijl zij dit niet had gemeld, wat leidde tot een terugvordering van € 5.380,43 bruto en een boete van € 462 wegens het niet nakomen van haar mededelingsplicht.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had herzien en de boete had opgelegd. Appellante voerde aan dat zij slechts beperkt had gewerkt en dat haar werkgever de opgave aan het UWV zou doen, maar kon dit niet aantonen met concrete, verifieerbare gegevens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad vond dat appellante gehouden was aan haar opgave aan de belastingdienst, die gebaseerd was op jaaropgaven van haar werkgever. Het feit dat zij geen actie had ondernomen om de belastingaangiften terug te draaien, en het ontbreken van zelfstandige grieven, leidde tot de bevestiging van de terugvordering en boete.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigd betaalde uitkering en de opgelegde boete wegens het niet nakomen van de mededelingsplicht.