ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3161

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5496 ZW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening gronden ongegrond verklaard

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, maar het hogerberoepschrift bevatte niet de gronden van het hoger beroep. De gemachtigde van appellante kreeg de mogelijkheid om binnen vier weken alsnog de gronden in te dienen.

De termijn begon op 28 oktober 2008 en liep tot 24 november 2008. De gronden werden echter pas op 25 november 2008 per fax ingediend, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.

Appellante maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door verzet aan te tekenen. De Raad oordeelde dat het verzet ongegrond was omdat de gronden niet tijdig waren ingediend. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 14 juli 2009, waarbij appellante niet aanwezig was en het UWV werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening van de gronden.

Uitspraak

08/5496 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 4 augustus 2008, 07/5710, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna Uwv)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 9 januari 2009 heeft de Raad het namens appellante door mr. J.M. Linares Fandino, advocaat te ’s-Gravenhage, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 9 januari 2009 heeft mr. Linares Fandino namens appellante verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2009. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.W.G. Determan, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 9 januari 2009 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet de gronden van het hoger beroep bevat, en dat (de gemachtigde van) appellante dit verzuim niet binnen de gestelde termijn heeft hersteld.
In het verzetschrift is aangevoerd dat de gronden van het hogerberoepschrift wel binnen de gestelde termijn zijn ingediend.
Dit betoog slaagt niet.
Bij brief van 27 oktober 2008 is mr. Linares Fandino in de gelegenheid gesteld binnen vier weken alsnog de gronden van het hoger beroep in te dienen. De termijn van vier weken is aangevangen op 28 oktober 2009, de dag na die waarop de brief van 27 oktober 2008 is verzonden. De laatste dag waarop tijdig de gronden van het hoger beroep konden worden ingediend, was dus 24 november 2009. De gronden van het hoger beroep zijn echter pas bij faxbericht van 25 november 2008 ingediend.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) P.A.M. Hulsdouw.
NW