ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante, arbeidsongeschikt sinds een motorongeval in 1999, kreeg een WAO-uitkering die in 2006 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betwistte appellante de medische grondslag van het besluit, stelde zij dat haar beperkingen werden onderschat en dat een urenbeperking ten onrechte niet was vastgesteld. Tevens voerde zij aan dat het aangepaste Schattingsbesluit onterecht werd toegepast, wat zou leiden tot rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische expertise te verkrijgen en dat het verzoek tot aanhouding van de procedure niet kon worden ingewilligd. De medische rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen boden voldoende en deskundige basis voor de vastgestelde belastbaarheid zonder urenbeperking. De Raad verwierp het beroep op het oude Schattingsbesluit en vond toepassing van het aangepaste besluit terecht.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor nadere deskundigeninzage. De motivering van de geschiktheid van de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd, werd als toereikend beoordeeld. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en handhaaft de herziening van de WAO-uitkering.