ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3364
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken directe betrokkenheid
Appellant, geboren in 1933 in voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Dit verzoek werd door de Pensioen- en Uitkeringsraad afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat appellant directe betrokkenheid had gehad bij oorlogsgeweld.
Appellant stelde in beroep dat hij zich in een levensbedreigende situatie bevond vanwege Japanse dreiging en slechte leefomstandigheden in de bossen, en dat hij psychische en lichamelijke klachten had overgehouden aan de oorlog. Verweerster voerde aan dat angst en slechte omstandigheden onvoldoende zijn voor erkenning; directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld moet worden vastgesteld.
De Raad concludeerde dat op basis van de beschikbare gegevens en verklaringen van appellant geen directe betrokkenheid bij bombardementen of oorlogsgeweld in de directe nabijheid kon worden vastgesteld. Historische gegevens bevestigen dat het binnenland van Nieuw-Guinea niet door de Japanners was bezet en dat een bombardement op de kampong niet kon worden vastgesteld.
Een medische beoordeling werd daarom achterwege gelaten, omdat medische gevolgen alleen relevant zijn als directe betrokkenheid is vastgesteld. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld.