ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3452

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1429 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 17 BeroepswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak. De Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 17 van Pro de Beroepswet.

Tijdens de zitting op 4 juni 2009 was verzoekster niet aanwezig, terwijl de verweerster zich liet vertegenwoordigen. De Raad oordeelt dat het rechtsmiddel van herziening slechts kan worden toegekend indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die, indien wel bekend, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

Verzoekster stelde nieuwe verklaringen omtrent haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en het overlijden van haar vader tijdens krijgsgevangenschap. De Raad merkt op dat deze verklaringen niets nieuws toevoegen aan de reeds bekende gegevens en daarom niet als nieuwe feiten kunnen worden aangemerkt.

Gelet hierop wijst de Raad het verzoek om herziening af en ziet geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in aanwezigheid van griffier M.B. de Gooijer.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

08/1429 WUV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats], Engeland (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 februari 2008, 07/2995 WUV,
in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 16 juli 2009
I. PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft bij brief van 25 februari 2008, zoals nadien toegelicht bij brief van
4 augustus 2008, verzocht om herziening van bovenvermelde uitspraak.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 juni 2009. Verzoekster is aldaar niet verschenen terwijl verweerster zich heeft laten vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 17 van Pro de Beroepswet, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheden als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
In hetgeen verzoekster bij het verzoek om herziening heeft aangevoerd heeft de Raad geen feiten of omstandigheden kunnen ontdekken die voldoen aan de drie in artikel 8:88 van Pro de Awb omschreven cumulatieve voorwaarden.
Met betrekking tot hetgeen door verzoekster is gesteld ten aanzien van haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting van het voormalige Nederlands-Indië en met name met betrekking tot het omkomen van haar vader tijdens Japanse krijgsgevangenschap, merkt de Raad op dat verzoeksters verklaring niets nieuws toevoegt aan de reeds bekende gegevens omtrent de oorlogservaringen van verzoekster en dat deze verklaring om die reden al niet kan worden aangemerkt als nieuw feit in de zin van artikel 8:88 van Pro de Awb.
Het voorgaande leidt de Raad tot de slotsom dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2009.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) M.B. de Gooijer.
HD