ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek herziening AOW-pensioen na arrest Wessels-Bergervoet met beperkte terugwerkende kracht
Appellante vroeg herziening van haar AOW-pensioen na het arrest Wessels-Bergervoet, dat de korting op het pensioen van gehuwde vrouwen wegens niet-verzekerde periodes van hun echtgenoot buiten Nederland onrechtmatig verklaarde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag het pensioen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002, maar weigerde verdere terugwerkende kracht toe te passen.
De Raad overwoog dat appellante voldoende bekend had kunnen zijn met de consequenties van het arrest en de mogelijkheid tot herziening, mede door publicaties en media-aandacht. Omdat appellante geen rechtsmiddelen had aangewend tegen het oorspronkelijke besluit, kon de formele rechtskracht daarvan aan haar worden tegengeworpen. Er was geen sprake van nieuwe feiten die herziening met verdere terugwerkende kracht rechtvaardigden.
Appellantes betoog dat sprake was van een bijzonder geval wegens onvoldoende voorlichting werd verworpen. De Raad vond dat de Svb conform beleid had gehandeld en dat er geen ongerechtvaardigde schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol van het EVRM had plaatsgevonden. Ook werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de vertraging gerechtvaardigd was door een proefprocedure en instemming van appellante.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af, waarmee de beperkte terugwerkende kracht van de herziening gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de korting op het AOW-pensioen slechts met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002 wordt herzien en wijst het verzoek om schadevergoeding af.