ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing beperkingen
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij zij stelde dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening had gehouden met haar beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De rechtbank had het beroep van appellante reeds ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en stelde vast dat appellante haar stellingen niet had onderbouwd en dat er geen aanknopingspunten waren om haar beweringen te ondersteunen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende onderbouwing van beperkingen door appellante.