ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3900
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep bij bijstandsintrekking
Betrokkenen ontvingen bijstand sinds 1998, laatstelijk op basis van de Wet werk en bijstand (WWB). Verzoeker, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught, handhaafde het besluit tot intrekking van de bijstand per 1 februari 2007 vanwege het niet melden van bankrekeningen en onvoldoende informatie over de herkomst van gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit wegens gebrek aan deugdelijke motivering. Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen.
De voorzieningenrechter overwoog dat er geen zodanig spoedeisend belang is dat de uitspraak in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Het besluit betrof een korte, inmiddels afgesloten periode, aangezien vanaf 15 november 2007 opnieuw bijstand is toegekend. Er is geen reden om aan te nemen dat het College de uitspraak niet kan uitvoeren.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat er geen spoedeisend belang is.