ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid was teruggebracht van 80-100% naar 35-45%, later bijgesteld naar 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beperkingen niet waren onderschat en de belastbaarheid passend was vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen op het gebied van persoonlijk functioneren waren onderschat en dat onduidelijk was waarom een eerdere urenbeperking niet meer werd toegepast, ondanks verslechtering van haar toestand. Zij verwees naar een rapportage van een gezondheidszorgpsycholoog en stelde dat een deskundige benoemd had moeten worden.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en onderschreef de rechtbank. De bevindingen van de psycholoog werden in de Functionele Mogelijkheden Lijst adequaat verwerkt. Er was geen aanleiding een deskundige te benoemen. De Raad vond geen bewijs dat appellante de geduide functies niet kon verrichten en bevestigde dat het Uwv niet gebonden is aan eerdere urenbeperkingen.
Ten aanzien van het beroep op artikel 1, Eerste Protocol EVRM, verwees de Raad naar eerdere overwegingen en vond geen nieuwe argumenten voor een ander oordeel. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep van appellante ongegrond.