ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- I.R.A. van Raaij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep na intrekking tegen herziening WAO-uitkering
Appellant, een automonteur, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15-25%. Na bezwaar werd dit verhoogd naar 25-35%. Vervolgens besloot het Uwv de uitkering per 13 januari 2006 te herzien naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. Appellant stelde beroep in tegen deze herziening, maar trok dit beroep onvoorwaardelijk in bij brief van 3 januari 2008.
Ondanks deze intrekking diende appellant op 30 januari 2008 opnieuw beroep in tegen hetzelfde besluit, zonder verwijzing naar de intrekking. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het eerdere beroep onvoorwaardelijk was ingetrokken en er geen sprake was van een verschoonbare misvatting of ongedaanmaking van de intrekking.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. De Raad stelt dat artikel 6:19 Awb Pro het mogelijk maakt om beroep in te stellen tegen vervolgbesluiten binnen een procedure, maar niet indien het eerdere beroep onvoorwaardelijk is ingetrokken. Het nieuwe beroepschrift maakt de intrekking niet ongedaan en bevat geen verzoek daartoe. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.