ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en terugvordering voorschot ondanks medische beperkingen
Appellante vroeg een WIA-uitkering aan, waarop het UWV aanvankelijk een voorschot toewees uitgaande van volledige arbeidsongeschiktheid. Later stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde het voorschot. Vervolgens werd het voorschot teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat haar medische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat de gehanteerde functies niet geschikt waren. Ook betwistte zij de berekening van haar maatmanloon. Daarnaast stelde zij dat de terugvordering onterecht was, omdat het UWV te laat had beslist en het onredelijk was een bruto bedrag terug te vorderen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische beperkingen adequaat waren verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de geselecteerde functies passend waren. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit oordeel. De Raad vond geen onjuiste loonmaatstaf toegepast.
Ten aanzien van de terugvordering oordeelde de Raad dat het UWV wettelijk verplicht was tot terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen en dat geen dringende redenen voor kwijtschelding waren. Ook het te late besluit van het UWV vormde geen reden om af te zien van terugvordering. De Raad vond de terugvordering van het bruto bedrag niet onredelijk, mede omdat het fiscale jaar was afgesloten en een terugbetalingsregeling was getroffen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en verklaarde de beroepen van appellante ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de terugvordering van het voorschot.