ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAZ-uitkering en beoordeling medische beperkingen appellant
Appellant, een voormalig zelfstandig assurantieadviseur, kreeg een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na uitval door spanningsklachten. Het UWV besloot de uitkering te herzien en te verlagen, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant redelijk waren ingeschat.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet duurzaam op regelmatige werktijden kon werken en dat een neuropsychologisch onderzoek ontbrak. De Raad stelde vast dat het onderzoek door het UWV voldoende zorgvuldig was en dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot het aannemen van zwaardere beperkingen of een urenbeperking. Ook werd geoordeeld dat appellant niet zodanig beperkt was dat van een werkgever niet redelijkerwijs kon worden verlangd hem in arbeid te plaatsen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb, omdat het UWV de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) had aangepast en de functies nader had toegelicht. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven echter in stand. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAZ-uitkering wordt vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.