ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid eigen werk als steksteekster
Appellante vordert in hoger beroep herziening van het besluit van het UWV dat haar het recht op ziekengeld ontzegt op grond van de Ziektewet. Het UWV heeft vastgesteld dat haar eigen werk als steksteekster geschikt is, gebaseerd op een gedetailleerde werkbeschrijving en medische beoordeling.
De rechtbank Rotterdam had eerder geoordeeld dat de medische beoordeling rechtmatig is en dat het UWV terecht uitgaat van de werkbeschrijving. Appellante betoogt dat haar medische beperkingen ernstiger zijn en dat het werk ongeschikt is vanwege de fysieke belasting en de vereiste handvaardigheid. Tevens stelt zij dat het UWV onvoldoende informatie heeft over haar werk.
De Raad overweegt dat de medische beoordeling niet meer ter discussie staat omdat daarover al een definitief oordeel is gegeven. Het UWV heeft een gedegen onderzoek gedaan naar de aard van het werk, waarbij de werkbeschrijving van appellante zelf als uitgangspunt is genomen. Er is geen reden om aan de juistheid van deze beschrijving te twijfelen.
De Raad bevestigt dat het werk als steksteekster geschikt is voor appellante en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat het werk als steksteekster geschikt is.