ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- H.G. Rottier
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens weigering nevenwerkzaamheden te staken wegens belangenverstrengeling
Appellant was sinds 1985 in dienst bij de gemeente Amsterdam en verrichtte daarnaast nevenwerkzaamheden als fiscaal en financieel adviseur. Ondanks een dienstbevel om deze activiteiten per 1 oktober 2005 te staken, weigerde hij dit. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam beschouwde dit als ernstig plichtsverzuim en legde hem onvoorwaardelijk strafontslag op.
Het college had eerder een onderzoek laten uitvoeren naar de nevenactiviteiten, waarbij onder meer bleek dat appellant gebruik maakte van gemeentelijke middelen en dat er sprake was van een risico op belangenverstrengeling en onduidelijkheid over zijn hoedanigheid naar derden. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was om de nevenwerkzaamheden te weigeren en appellant te schorsen met behoud van bezoldiging.
Appellant voerde onder meer aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn privacy was geschonden door inzage in zijn computer. De Raad stelde echter vast dat het onderzoek binnen de wettelijke kaders was uitgevoerd en dat de belangen van de gemeente zwaarder wogen.
De Raad concludeerde dat het ontslag niet onevenredig was gezien de aard en hardnekkigheid van het plichtsverzuim. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim door weigering nevenwerkzaamheden te staken.