ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering vanwege rug- en heupklachten, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit bevestigde, is in hoger beroep onderzocht of het oordeel van de rechtbank standhoudt. De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen zijn voor onjuiste vaststelling van de belastbaarheid.
De arbeidskundige beoordeling is eveneens juist bevonden, waarbij is vastgesteld dat appellante geschikt is voor bepaalde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 18,7%. De Raad wijst de grieven van appellante af, onder meer omdat zij geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die twijfel kunnen zaaien over de vastgestelde belastbaarheid.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.