ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bij zelfstandig ondernemer
Appellant, een zelfstandig ondernemer met een kapsalon, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid vanaf juni 2004. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% werd vastgesteld, gebaseerd op medische en arbeidskundige beoordelingen inclusief een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Na bezwaar en aanvullend onderzoek door bezwaarverzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige bleef de mate van arbeidsongeschiktheid op 0% vastgesteld. Appellant voerde aan dat de beperkingen niet juist waren vastgesteld, maar leverde geen nieuwe gegevens die tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid konden leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen van appellant en dat de medische gegevens, waaronder een rapport van een revalidatiearts, geen aanleiding geven tot een andere beoordeling.
De Raad wijst ook de psychische klachten af als reden voor een hogere arbeidsongeschiktheid, omdat deze niet als depressie worden aangemerkt en binnen de normaalwaarden van het sociaal functioneren vallen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 25% heeft vastgesteld.