ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving sinds 1994 bijstand als alleenstaande ouder, terwijl zij slechts gescheiden van tafel en bed was van haar echtgenoot. Na een melding van sociale zekerheidsfraude startte de sociale recherche een onderzoek naar hun leefsituatie. Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug, omdat appellante niet had gemeld dat haar echtgenoot vanaf mei 2001 weer in haar woning verbleef.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook in hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat duurzaam gescheiden leven vereist dat echtgenoten hun leven als gehuwd niet meer gezamenlijk leiden en dat dit niet het geval was. Uit verklaringen, politiegegevens en huiszoeking bleek dat de echtgenoot hoofdzakelijk in de woning verbleef en zorg droeg voor de kinderen.
De Raad oordeelde dat appellante in strijd met haar inlichtingenverplichting had gehandeld en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het beleid konden leiden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet duurzaam gescheiden leven van appellante en haar echtgenoot.