ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op tweevoudige kinderbijslag wegens onderhoudseis over vierde kwartaal 2006
Appellant vorderde tweevoudige kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2006 voor zijn zes kinderen, omdat zij uitwonend waren vanwege onderwijs. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit, stellende dat appellant niet grotendeels in het onderhoud had voorzien. De kinderbijslag over het derde kwartaal 2006 werd pas in 2007 uitbetaald, omdat het juiste rekeningnummer pas laat was doorgegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende bewijs leverde voor de onderhoudseis. In hoger beroep stelde appellant dat de kinderbijslag over het derde kwartaal 2006 aan het vierde kwartaal toegerekend moest worden, wat zou leiden tot recht op tweevoudige kinderbijslag.
De Raad stelde vast dat volgens vaste rechtspraak betalingen niet aan voorgaande kwartalen kunnen worden toegerekend. Omdat de kinderbijslag over het derde kwartaal 2006 pas in 2007 werd uitbetaald, kon deze niet aan het vierde kwartaal worden toegerekend. Het bedrag van € 2.000 dat appellant op 28 december 2006 betaalde, werd wel toegerekend aan het vierde kwartaal. Desondanks concludeerde de Raad dat appellant niet grotendeels in het onderhoud had voorzien en dus geen recht had op tweevoudige kinderbijslag.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 juli 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen; appellant heeft geen recht op tweevoudige kinderbijslag over het vierde kwartaal 2006.