ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens eigen ontslag zonder gegronde reden
Appellant ontving vanaf februari 2003 een WW-uitkering op basis van een 38-urige werkweek. In september 2007 trad hij in dienst bij een werkgever op basis van een tijdelijk contract voor 40 uur per week, maar beëindigde deze dienstbetrekking na drie dagen zelf per direct. Het UWV stelde vast dat appellant hierdoor geen passende arbeid heeft behouden en beëindigde de WW-uitkering per 6 september 2007.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het werk passend was gezien zijn ervaring en de duur van de werkloosheid. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor een onredelijke productiedruk en achtte het niet aannemelijk dat appellant het werk na drie dagen al mocht opzeggen. Het initiatief tot ontslag lag bij appellant, waardoor hem verwijt werd gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en onderschrijft de motieven. De Raad voegt toe dat niet is gebleken dat voortzetting van de dienstbetrekking redelijkerwijs niet gevergd kon worden. Uit correspondentie en verklaringen blijkt dat appellant zelf ontslag nam voordat hij contact opnam met de re-integratieconsulent. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De WW-uitkering van appellant is terecht beëindigd wegens eigen ontslag zonder gegronde reden.