ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar van erven
Betrokkene viel sinds 1 oktober 1986 uit wegens rug- en nekklachten en ontving vanaf 1 oktober 1987 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Op 1 maart 2002 werd deze uitkering herzien naar 35 tot 45%, en na bezwaar van betrokkene werd dit op 28 april 2003 aangepast naar 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het oordeel van de ingeschakelde deskundigen volgde. Betrokkene overleed op 11 maart 2009, waarna de erven de procedure voortzetten en hoger beroep instelden. Zij voerden aan dat de situatie van betrokkene eerder was verslechterd en dat volledige arbeidsongeschiktheid moest worden aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het oordeel van onafhankelijke deskundigen in beginsel wordt gevolgd, tenzij bijzondere omstandigheden afwijking rechtvaardigen. In dit geval waren de rapporten zorgvuldig, consistent en goed gemotiveerd, en boden de aangevoerde argumenten geen aanleiding tot twijfel. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.M. Zeijen in aanwezigheid van griffier A.C.A. Wit op 7 augustus 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van de erven af.