ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarbij een bedrag van €2.234,65 werd teruggevorderd wegens verwijtbare werkloosheid. Het UWV had de WW-uitkering geheel geweigerd en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de brieven van 19 mei en 7 juni 2005 geen besluiten in de zin van de Awb waren en het bezwaar tegen het besluit van 20 januari 2004 niet tijdig was ingediend.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch oordeelde dat het beroep van appellant ongegrond was, maar vermeldde abusievelijk in het dictum dat het beroep gegrond was. Deze kennelijke misslag werd gecorrigeerd in een gerectificeerde uitspraak. Appellant stelde in hoger beroep dat deze rectificatie zonder nadere motivering in strijd was met de rechtszekerheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit de overwegingen van de rechtbank onmiskenbaar blijkt dat het beroep ongegrond was en dat de rectificatie van het dictum geen schending van de rechtszekerheid vormt. De gerectificeerde uitspraak wordt bevestigd en toepassing van artikel 8:75 Awb Pro wordt niet aangewezen.
De Raad bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en de terugvordering van het bedrag door het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en de terugvordering van het bedrag door het UWV.