ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en niet-ontvankelijkverklaring in zaak dagloon WAO-uitkering
Appellante, arbeidsongeschikt sinds 1983, betwistte de hoogte van het dagloon waarop haar WAO-uitkering sinds 1984 is gebaseerd. Het UWV had haar bezwaar tegen de dagloonberekening niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, en de rechtbank had dit oordeel bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezwaar wel degelijk gericht was op de hoogte van het dagloon en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het besluit van 19 september 2006 niet over de dagloonhoogte ging, zodat het UWV het bezwaar tegen dat besluit niet-ontvankelijk had moeten verklaren.
Daarom verklaarde de Raad appellante niet-ontvankelijk in haar bezwaar tegen het besluit van 19 september 2006 en vernietigde het besluit op bezwaar van 17 oktober 2006. Tevens vernietigde de Raad het nieuwe besluit op bezwaar van 19 maart 2008, omdat de rechtsgrondslag was komen te vervallen.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellante en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 juli 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 17 oktober 2006 wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar tegen het besluit van 19 september 2006, en het besluit van 19 maart 2008 wordt vernietigd.