ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en herziening WAO-uitkering na bezwaar
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering van betrokkene vernietigde. De rechtbank vond dat de functie meteropnemer onvoldoende geschikt was en dat daardoor onvoldoende functies resteren om de schatting van arbeidsongeschiktheid te dragen.
In hoger beroep betoogt het UWV dat de functie meteropnemer wel geschikt is en dat er voldoende andere functies zijn. De Raad gaat echter niet mee in de toelichting van het UWV over de geschiktheid van de meteropnemer, mede vanwege onvoldoende duidelijkheid over de handelingen en het gebruik van een GSM. De Raad acht deze functie niet geschikt en kan deze niet aan de schatting ten grondslag leggen.
De functies winkelverkoper en parkeercontroleur worden wel als geschikt beoordeeld. De functie suppoost is echter onvoldoende gemotiveerd, omdat het afbreukrisico niet adequaat is meegewogen, wat in strijd is met het motiveringsbeginsel van artikel 7:12 Awb Pro.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank op verbeterde gronden en beveelt het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en heffing van griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar met correcte motivering.