ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken op grond van een vermindering van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. De rechtbank Breda vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen ervan. De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen van appellante niet zodanig waren dat zij recht had op voortzetting van de uitkering en dat de arbeidskundige beoordeling voldoende was onderbouwd.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij meer beperkingen heeft dan vastgesteld, onder meer door psychische klachten, fibromyalgie, en andere aandoeningen, en dat de maatman onjuist was vastgesteld. De Raad heeft deze grieven onderzocht en concludeerde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar situatie is verslechterd of dat de maatman onjuist is vastgesteld.
De Raad onderschrijft de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts, die ook informatie van diverse behandelaars heeft betrokken, en de arbeidskundige beoordeling. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag.