ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering op medische en arbeidskundige gronden
Appellante was sinds 1994 werkzaam als verkoopster, maar stopte in 1995 vanwege psychische klachten. Vanaf 1996 ontving zij een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2005 besloot het UWV de uitkering per 28 juli 2005 in te trekken, gebaseerd op medische rapportages en een arbeidsdeskundig onderzoek die aangaven dat appellante geschikt was voor licht, niet-stresserend werk.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond na bevestiging door een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit echter wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige beoordeling, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank dat de medische en arbeidskundige gronden toereikend en zorgvuldig zijn vastgesteld. De Raad oordeelt dat de functies die appellante zou kunnen vervullen passend zijn en dat de door appellante ingebrachte medische stukken onvoldoende onderbouwing bieden voor een urenbeperking of verdere beperkingen.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige gronden.