ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand wegens niet-nakomen inlichtingenplicht
Appellanten, voormalig ondernemers, vroegen op 4 november 2005 algemene bijstand aan. Het College van burgemeester en wethouders van Leiden weigerde deze bijstand omdat appellanten niet voldeden aan hun inlichtingenplicht zoals vereist in artikel 17 van Pro de WWB. Ondanks herhaalde verzoeken om onder meer bankafschriften, jaarstukken en bewijsstukken van bedrijfsbeëindiging, overlegden appellanten deze niet of onvoldoende.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering ongegrond en appellanten gingen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beoordelingsperiode liep van 4 november 2005 tot en met 9 januari 2006, de datum van het primaire besluit. De Raad stelde vast dat de gevraagde stukken relevant waren voor de vaststelling van het recht op bijstand en dat appellanten niet aan hun verplichtingen hadden voldaan.
De door appellanten overgelegde balans over 2005 was onvoldoende omdat deze slechts gebaseerd was op mondelinge gegevens. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij in aanmerking kwamen voor bijstand. De Raad bevestigde daarom het besluit van het College en verwierp het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstand wegens onvoldoende inlichtingen.