ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als productiemedewerkster, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens psychische klachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn, gebaseerd op medische en arbeidskundige beoordelingen. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een ondeugdelijke arbeidskundige onderbouwing.
Ter uitvoering van de uitspraak nam het UWV een nieuw besluit met een nadere arbeidskundige onderbouwing, waarbij opnieuw de WIA-uitkering werd geweigerd. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen niet juist waren weergegeven en dat zij niet in staat was tot loonvormende arbeid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts juist was en dat de arbeidskundige onderbouwing voldoende inzichtelijk en toetsbaar was. De geselecteerde functies werden als medisch geschikt beschouwd, waardoor de arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% werd vastgesteld.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit, inclusief de re-integratievisie. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.