ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens niet tijdig arbeidsongeschikt worden
Appellant had een oproepovereenkomst van 1 februari tot 1 augustus 2006 en werkte feitelijk tot 30 juni 2006. Hij vroeg op 20 april 2007 een Ziektewetuitkering aan wegens psychotische klachten, met als eerste ziektedag kort na 30 juni 2006. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant niet binnen een maand na het einde van de verzekering arbeidsongeschikt zou zijn geworden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van het UWV, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep stond alleen de vraag centraal of appellant binnen een maand arbeidsongeschikt was geworden. De Raad volgde het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat appellant niet binnen die termijn arbeidsongeschikt was door psychotische klachten.
Ook de aanvullende rapportage van Blanker bevestigde dit standpunt. Klachten als vermoeidheid en slapeloosheid werden niet als reden voor arbeidsongeschiktheid binnen de termijn erkend. De Raad concludeerde dat appellant geen recht heeft op een ZW-uitkering en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.