ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit vaststelling veronderstelde ouderlijke bijdrage studiefinanciering
Appellant stelde bezwaar in tegen het besluit van de IB-Groep waarin de veronderstelde ouderlijke bijdrage voor zijn dochter over 2008 werd vastgesteld. Hij voerde aan dat hij de bijdrage niet kon betalen vanwege zijn schulden en vaste lasten, en dat hij geen contact had met zijn dochter die geen toestemming vroeg voor haar studie.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de ouderlijke bijdrage wordt vastgesteld op basis van het toetsingsinkomen van de ouders en niet op het besteedbaar inkomen, waardoor schulden en vaste lasten niet relevant zijn. Tevens werd geoordeeld dat de bijdrage geen rechtens afdwingbare verplichting is, maar een rekeneenheid voor de aanvullende beurs.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze overwegingen en oordeelde dat appellant niet verplicht is om daadwerkelijk bij te dragen in de studiekosten. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van de veronderstelde ouderlijke bijdrage bevestigd.