ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidsschatting in WAO-zaak ondanks klachten appellant
Appellant ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Na een herbeoordeling werd dit percentage bij besluit van 18 oktober 2006 verlaagd naar 25 tot 35%, maar het bezwaar hiertegen werd op 11 juni 2007 gegrond verklaard, waarna de arbeidsongeschiktheid opnieuw op 35 tot 45% werd vastgesteld.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en volledig was. De arts had onder meer medische gegevens van neuroloog Portegies betrokken en concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor geheugen- of concentratiezwakte. Ook de Resultaat Functiebeoordeling en de toelichting van de bezwaararbeidskundige gaven aan dat de functies geschikt waren voor appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn hoofdpijn- en rugklachten onvoldoende waren meegenomen, en dat er sprake was van concentratiestoornissen. De Raad oordeelde echter dat deze argumenten onvoldoende aanknopingspunten boden om de vastgestelde belastbaarheid aan te passen. De bezwaarverzekeringsarts had op basis van onderzoek en beschikbare informatie geen aanleiding gezien tot nader onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen reden tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier M.A. van Amerongen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 35-45% en verklaart het hoger beroep ongegrond.