ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5633
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken bewijs vrijheidsberoving tijdens Japanse bezetting
Appellante, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in mei 2007 een aanvraag in voor een uitkering als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat zij tijdens de Japanse bezetting samen met haar familie vrijheidsberoving had ondergaan in Malang.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat er geen bewijs was dat appellante daadwerkelijk vrijheidsberoving had ondergaan. In de archieven van het Nederlandse Rode Kruis en de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen werden geen gegevens over haar gevonden. Daarnaast verklaarde haar vader in 1947 dat hij zich had schuilgehouden en haar moeder gaf in 1954 aan niet geïnterneerd te zijn geweest tijdens de Japanse bezetting, maar wel tijdens de daaropvolgende Bersiap-periode.
De Raad overwoog dat op grond van de beschikbare gegevens niet is aangetoond dat appellante onder de definitie van vervolging viel zoals bedoeld in de Wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van bewijs van vrijheidsberoving tijdens de Japanse bezetting.