ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5692
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellante, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in mei 2007 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer en aanspraak te maken op een periodieke uitkering. De aanvraag was gebaseerd op gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar oorlogservaringen, waaronder internering tijdens de Bersiap-periode en de Japanse bezetting.
Verweerster wees de aanvraag af omdat zij alleen internering tijdens de Bersiap-periode erkende als oorlogsgeweld in de zin van de Wet, en concludeerde dat bij appellante geen sprake was van blijvende lichamelijke of psychische invaliditeit als gevolg daarvan. Appellante betwistte dit in beroep, met name het ontbreken van psychische invaliditeit, en voerde aan ook tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd te zijn geweest.
De Raad oordeelde dat de gestelde internering tijdens de Japanse bezetting niet aannemelijk was gemaakt en dat verweerster terecht alleen de internering tijdens de Bersiap-periode als grondslag aanvaardde. Medische adviezen en gegevens wezen op enkele PTSS-kenmerken, maar deze leidden slechts tot geringe tot matige beperkingen, onvoldoende voor blijvende invaliditeit. De Raad vond geen aanleiding voor nader psychiatrisch onderzoek en achtte het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit.