ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende objectieve medische grondslag
Appellante, voormalig mede-eigenares van een groentenwinkel, ontving sinds 1999 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door psychische klachten. Na herbeoordeling stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij en trok de uitkering in 2006 in. De rechtbank vernietigde dit besluit deels vanwege een fout bij de berekening van de maatgevende arbeid, maar bevestigde de medische grondslag en liet de rechtsgevolgen van het besluit intact.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en voerde zij aan dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen, onder meer door klachten over geheugen en gevoeligheid voor temperatuur. Zij overlegde een brief van haar psychiater uit 2009. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat deze klachten subjectief waren en niet objectief medisch onderbouwd. De Raad volgde deze beoordeling en oordeelde dat de aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot wijziging van de medische grondslag.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een veroordeling in proceskosten af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2009 door de meervoudige kamer.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende objectieve medische onderbouwing.