ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5753
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WW-uitkering na ontslag wegens bezoeken pornosites
Verzoeker was sinds 1979 in dienst van appellante en werd ontslagen nadat was vastgesteld dat hij tijdens werktijd regelmatig pornosites bezocht. Het UWV weigerde vervolgens de WW-uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond omdat het UWV onvoldoende onderzoek had verricht naar de verwijtbaarheid en persoonlijke omstandigheden.
In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV zich mocht baseren op de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter en dat verder onderzoek niet nodig was. Verzoeker vroeg een voorlopige voorziening in de vorm van een voorschot op de WW-uitkering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het UWV inderdaad een zelfstandig onderzoek moet doen en dat het niet vaststaat dat verzoeker recht heeft op een WW-uitkering. Gezien de ernst van het gedrag en het ontbreken van voldoende bewijs voor een recht op uitkering, werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet zonder meer vaststaat dat verzoeker recht heeft op een WW-uitkering.