ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en boete wegens schending inlichtingenverplichting bij bijstandsuitkering
Appellant ontving sinds juni 1998 bijstand en werd geconfronteerd met herziening en terugvordering van bijstand over de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003, omdat hij meer uren had gewerkt dan opgegeven aan het College. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting, waaronder het niet melden van verblijf in het buitenland.
De rechtbank had eerder vastgesteld dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden, maar dat het recht op bijstand wel kon worden vastgesteld op basis van een werkpatroon van 15 uur per week tegen het wettelijk minimumloon. De boete was afhankelijk gesteld van het benadelingsbedrag en werd daarom opnieuw vastgesteld.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College overeenkomstig zijn beleidsregels heeft gehandeld en dat er geen grond is om af te zien van herziening of terugvordering. De Raad onderschrijft dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat sprake is van verwijtbaarheid. De boete van 10% van het benadelingsbedrag is passend en er zijn geen dringende redenen om hiervan af te wijken.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening, terugvordering en boete worden bevestigd.