ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant, die zich ziek meldde vanwege maagklachten en later ook psychische klachten ontwikkelde, werd door verzekeringsarts E. Ali als arbeidsongeschikt verklaard hersteld vanaf 4 oktober 2006. Het UWV weigerde daarop een Ziektewetuitkering. Tijdens de bezwaarprocedure werd aanvullende medische informatie ingebracht, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellant geschikt was voor arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het besluit onzorgvuldig was en dat hij nog medische stukken zou overleggen. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek, inclusief observatie tijdens de hoorzitting en beschikbare medische rapporten, voldoende zorgvuldig was. Het enkele feit dat geen lichamelijk onderzoek was verricht, maakte het onderzoek niet onvoldoende.
De Raad vond geen aanleiding het oordeel te wijzigen omdat appellant zijn standpunt niet met nieuwe medische gegevens onderbouwde. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens voldoende medische grondslag.